Vrede en alle Goeds!
preek downloaden? klik hier
Meer info: +31 (0)412-465-770
(Everardus Witte ofm 25 juli 1868- 22 december 1950)
Portier van het minderbroedersklooster te Megen.
PREEK (gehouden op de Derde Zondag van de Advent, Megen, 12 december 2010
60e sterfdag van br. Everardus, het ‘heilig bruurke’,)
‘Waar zijt gij in de woestijn naar gaan zien? ‘ Als wij ons nu eens de vrijheid veroorloven deze woorden naar vandaag toe te hernemen als ‘Waar zijt gij in Megen naar gaan zien?’ Ja, waarom zijn wij hier eigenlijk? Vanwege iemand die met alle winden meewaait, als een riet in de woestijnwind? Je bent wel gek als je daarvoor in de benen komt! Vanwege iemand in verfijnde kleding? Dan moet je niet direct bij de minderbroeders zijn en zeker niet bij broeder Everardus. Dus toch om een profeet te zien?
Broeder Evert als profeet. Is dat niet wat hoog gegrepen. Ja, wanneer je onder een profeet iemand verstaat die de toekomst voorspelt, want daaraan deed broeder Everardus niet. Maar veel meer dan een toekomstvoorspeller is een profeet iemand die in woord en leven ons voorzegt en voorleeft wie God is en wat God van ons wil; die voorzegt en voorleeft dát er een God is.
In deze zin is broeder Everardus nog steeds voor veel mensen een profeet. Hij brengt nog steeds mensen er toe hun levensnood met God te delen. Zijn leven is zo geweest dat er nog altijd mensen zijn die bij hem in de buurt, bij zijn graf, als zij een kaarsje bij hem branden of thuis tot hem bidden, kunnen en durven geloven dat zij in Gods hand zijn. Die dit daar misschien wel makkelijker geloven dan hier in de kerk.
Hoe heeft zijn leven zo kunnen worden? Hoe profetisch is dit dan geweest? Daar weten we eigenlijk niks van. Zijn leven was zoals het leven van een lekenbroeder, een broeder dus die in het klooster het huishoudelijke werk deed dat gedaan moest worden, in de eerste helft van de vorige eeuw was. Het was voor de mensen buiten zo goed als onzichtbaar, en dat was zeker het geval als dat klooster ergens afgelegen, zoals toen in Megen, stond.
Toch durf ik er wel wat van te zeggen, omdat ik, als ik zijn levensbeschrijving lees, geloof dat ik zijn leven kan samenvatten met datgene waartoe Jakobus ons in de tweede lezing van vandaag oproept: geduld. Broeder Everardus heeft uitgeblonken in geduld. Hiermee is niet alles over hem gezegd, maar het gaat hierbij wel om iets dat zijn leven heeft gekleurd en dat tot op de dag van vandaag profetisch is.
Onze eerste associatie met ‘geduld’ is ‘tijd’. Iemand is geduldig als hij/zij kan wachter; zich niet ergert als de trein of de bus een paar minuten te laat is; die niet almaar van rijbaan verwisselt, als de ene wat sneller gaat dan de ander. Geduldig zijn is kunnen wachten op de vervulling van je verlangens. Een geduldig iemand kan iets moois in de etalage zien liggen en wachten tot de volgende Sinterklaas of tot het eind van de maand, voordat hij of zij het koopt.
Broeder Evert is in zijn leven gedreven door verlangen naar God en naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Hij ons belooft. Daarom ga je een klooster in; om je leven verder door dit verlangen te laten bepalen en je leven zo in te richten dat zichtbaar wordt dat je ernaar verlangt en dat je er ook klaar voor bent al het komt. Daarom deed broeder Evert afstand van het leven dat hij, misschien wel als een verdienstelijk kunstschilder had kunnen leiden, maakte hij zichzelf leeg om plaats te maken voor God. De vervulling van zijn verlangen heeft hij al zijn 59 kloosterjaren afgewacht. In alle rust en eenvoud heeft hij met God geleefd en aan God overgelaten of en hoe God zijn verlangen zou vervullen. Het feit dat bij zijn leven de nieuwe hemel en de nieuwe aarde nog niet gekomen zijn heeft zijn geduld misschien wel op de proef gesteld, maar hij heeft zijn verlangen nooit opgegeven en zijn geloof bewaard. Daarom kon hij ook de meebidder en voorspreker worden bij God voor zoveel mensen die hem om zijn gebed vroegen. ‘Laten wij er samen voor bidden’ is een gevleugeld woord van hem. En bidden is een vorm van kunnen wachten, want bidden dat ophoudt als de verhoring uitblijft is een vorm van ongeduld. Een bidder moet kunnen wachten tot God de tijd gekomen acht om te doen wat wij Hem vragen.
Een hiermee kom ik bij een andere kant van het geduld. Geduld is ook kunnen verdragen dat niet altijd alles gaat zoals jij het wilt en, misschien nog wel belangrijker, het is ook kunnen verdragen dat mensen niet altijd zijn zoals jij vindt dat zij zouden moeten zijn. Zo is geduld broodnodig in het omgaan met verdriet en de moeilijkheden van elkaar. Wij verwerken ons verdriet en onze tegenslag allemaal op een eigen manier. Ieder van ons vindt wel een weg , meestal, om met zijn of haar tegenslag of verdriet te leven. Soms doen zij dat op een heel andere manier en in heel ander tempo dan jij het zou doen of zelfs dan jou goed lijkt. Soms zou je iemand wel uit de problemen willen sleuren, omdat jij feilloos ziet wat een ander zou moeten doen om haar of zijn problemen op te lossen. Alleen, die ander ziet het nog niet. Die is zover nog niet. Geduld is; die ander dan toch kunnen laten aanmodderen en er bij kunnen blijven in het vertrouwen, dat er ook voor hem of haar een weg is om met verdriet klaar te komen, onvermijdelijkheden te aanvaarden, een probleem op te lossen, ook al kunnen zij dat nu nog niet.
Ook hier hebben broeder Everardus’ woorden ‘Laten wij er samen mee bidden’ mee te maken. Die getuigen ervan dat hij bij mensen kon blijven in hun zorgen en verdriet en er een kracht in hem was om die samen met hen te dragen, te dulden, en vertrouwvol te wachten tot zij, met Gods hulp, dat wel, hun weg zouden vinden.
Maar hij heeft ook het geduld gehad om met zijn medebroeders te kunnen leven. Hier in Megen woonden niet altijd de makkelijkste medebroeders. Het klooster in Megen was soms een verzamelplaats van broeders met wie ze elders niet zo goed raad wisten. Omdat ze zo’n moeilijk karakter hadden of niet helemaal spoorden. Broeder Everardus mag dan een ‘heilig bruurke’ geweest zijn, ik verzeker u, wij minderbroeders zijn lang niet allemaal heiligen. Er is geduld nodig om met elkaar als broeders te kunnen leven. Broeder Everardus heeft dit geduld gehad. De moeilijkheden van het leven met elkaar heeft hij kunnen dragen en dulden vanuit het geloof dat ook moeilijke mensen mensen van God zijn en dat God hen net zo lief heeft als wij geloven dat Hij ons liefheeft.
Als voorbeeld van geduld is broeder Evert echt een Adventsmens. Want Advent betekent kunnen wachten op de komst van Christus in ons leven. Soms zegt het geloof ons niks; soms ervaren we er niks van dat Christus ons heil is en onze levensvreugde. Misschien wordt het Kerstfeest van straks wel één grote sof. Dan toch blijven geloven dat wij niet van Hem verlaten zijn en kunnen blijven bidden, samen, dat Hij zich aan ons voor zal doen als de bron van liefde en goede moed die Hij voor ons is, dat is het geduld van de Advent. Het geduld dat wij heel ons gelovige leven nodig hebben, want God bepaalt wanneer de tijd van de vervulling van ons verlangen naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde van liefde en vrede vervuld zal worden.
Misschien is het wel niet voor niets dat broeder Everardus zo vlak voor Kerstmis 1950 gestorven is. Daarmee heeft hij ons misschien wel willen laten zien, dat zijn geduld iedere Kerstmis weer werd beloond en dat wij in dat feest van Christus’ komst in ons leven jaar in jaar uit het geloof kunnen putten om geduldig te wachten tot al ons verlangen zal zijn vervuld en daar samen voor te bidden. Zo hoort danook zij dood bij het profetische van zijn leven, waarin broeder Everardus voor zovelen een getuige is geworden van God bij wie wij altijd, met álles van ons leven, licht en donker, hoop en vrees, teleurstelling en vreugde, terecht kunnen.